Impressie vertelmiddag in het Hoogovensmuseum (11-01-2016)

PastedGraphic-1Op maandagmiddag 11 januari melden zo’n dertig geïnteresseerden zich bij het Hoogovensmuseum.
Pauline heeft stoelen klaar gezet waar men op kan gaan zitten afhankelijk van wanneer je bent begonnen te werken bij de Hoogovens.

Dirk Soelje neemt als eerste plaats. Hij is nu bijna 95 jaar en begon al in de jaren dertig bij de Hoogovens te werken als storingsmonteur:
‘Ik was op de technische school in Velzen geweest. De beste leerlingen werden gevraagd bij de Hoogovens te komen werken. Toen ik de beste leerling elektrotechniek was, kreeg ik  naast mijn diploma een briefje met de mededeling dat ik me kon melden bij de Hoogovens. Uiteindelijk heb ik er 42 jaar met veel plezier gewerkt.’
Dirk is er nog trots op dat hij als 18 jarige de verantwoordelijkheid kreeg als storingsmonteur over een Hoogoven.
In de oorlog moest De Hoogovens 250 mensen leveren voor de arbeidsinzet in Duitsland. Dirk heeft toen ook in Duitsland gediend. Dat was minder leuk.
Als storingsmonteur moest Dirk ook ’s nachts werken. Dirk; ‘Achteraf denk ik dat het best gevaarlijk was, hoe ik ’s nachts alleen over de rails liep, waar ook treinen reden. Als er iets was gebeurd lag je daar en niemand miste je. Later had je nooit met ėėn man storingsdienst op de Walserij.’

Jan Klootwijk bevestigt dat het gevaarlijk werk kon zijn bij De Hoogovens. Hij vertelt wat hij mee heeft gemaakt: ‘In de Martin Staalfabriek werd schroot geladen. Er was een enorme magneet waarmee het schroot werd verplaatst. Dit was een heel zware magneet met een diameter van twee meter. Op een dag was een man rommel aan het vegen. Hij stond gebukt en voelt iets in zijn rug. De magneet kwam langzaam naar beneden en verplettert de man, die overlijdt. Vanaf dat moment moest de magneet altijd op de grond staan.’
Jan vertelt dat hij als laboratorium medewerker de jongens op de werkvloer te vriend moest zien te houden want zij moesten hem informeren als er ergens storingen waren. Op de werkvloer moest je dus een beetje als gelijken zijn. ‘Maar wij van het laboratorium kregen witte helmen en daarmee viel je veel te veel op in de fabriekshal. Ik kon mijn witte helm ruilen voor een grijze met een paar jongens die aan de weg werkten, die vonden die witte helmen prachtig, dat was mijn redding om rustig mijn werk te doen in de fabriekshal.’

Ook Hans de Let kijkt met een goed gevoel terug op zijn loopbaan bij De Hoogovens die veertig jaar duurde: ‘Als mens werd je gewaardeerd en ook zo behandeld. Er heerste wel een sterke hiërarchie. De mensen van de top hadden het voor ’t zeggen. Deze mensen heb ik ook nooit ontmoet. Maar ik ging altijd blij naar mijn werk.’
Hij vond de nachtdiensten zwaar; ‘Daar is niemand voor gemaakt, het lichaam is er niet op berekend.’ Ook Hans heeft ervaren dat het werk gevaarlijk was. Als kraandrijver werd hij aan de praat gehouden en lette daardoor niet op een stopteken dat een collega hem gaf. Terwijl ik de converter ging overzetten hoorde ik: ‘Godverdomme terug!’ Ik had het al half leeggegoten. De stop had ik niet gehoord, dat was mijn fout. Dit bijna ongeluk liep met een sisser af ‘Er heeft een engeltje op mijn schouder gezeten.’
Naast de gevaren en het ongemak van in ploegendiensten te werken, wordt de Hoogovens herinnerd als een sociaal bedrijf;

Frans van der Hof zegt hierover:
Naast sinterklaasfeesten hadden we ook een kinderkamp. Vader en de technische dienst stonden in de keuken. Ze moesten het voorbereiden en de kinderen begeleiden. Die kinderen haalden ook gekke streken uit. De auto van de dominee werd op het podium gezet. Vervolgens werden de wielen eraf gehaald. Daar stond de auto dan, zonder wielen op het podium.

Piet van Eerden voegt hier aan toe:
Tijdens de jeugddagen werden 1000 kinderen opgehaald met een trein. Op het podium werd muziek gemaakt, reclame voor de Hoogovens en er was een kermis. Het doel was om een goede indruk te maken om zo de kinderen te overtuigen later bij de Hoogovens te solliciteren. Ze gingen echt de boer op.
Ook reed men met een omgebouwde banenbus door heel Nederland. Mensen hoorden de verhalen van de loonadministratie en de sociale dienst. Dit speelde in de jaren 70.
In de jaren zestig en zeventig werd er dus flink geworven. Arbeiders waren schaars en er braken stakingen uit.

Jan de Wildt:
‘Het staalbedrijf was een speerpunt van stakingen. Deze plek werd gekozen omdat je daar iets kon bereiken. In ’74 vond een staking plaats die een enorme impact had. Ik werd lid van de vakbonden.’ Uit de zaal komen instemmende geluiden, De Hoogovens was een belangrijke plek, als ze hier iets voor elkaar kregen hadden ze gelijk grote aantallen achter zich staan.’

Hoewel De Hoogovens een echt mannenbedrijf was, werkten er ook vrouwen. Ze deden inpakwerk of waren secretaresse. Hierover weet Piet van Eerden, die bij de loonadministratie werkte, te vertellen; ‘Ze deden dit werk erg goed. Maar ze verdienden minder. Ik vond dit erg vervelend. Soms hadden ze betere papieren en referenties en moesten ze het toch met minder doen.  Een meisje werd 6 ingeschaald, collega’s dan 8 of 9. Dan werd er gezegd:’Ja maar dat zijn maar vrouwen.’ Ik heb daarop geantwoord: ‘Je moet nog veel leren, oude vriend.’
Daarnaast had je ongetrouwde vrouwen die in de ‘Maagdenhal’ werkten, daar controleerden ze platen. Zodra ze trouwden moesten ze daar weg. In de jaren tachtig werden er ook vrouwen kraandrijver, toen werd het meer gelijk.

Jan de Wildt heeft de gevolgen van de uitbreidingen van De Hoogovens aan den lijve ervaren:
‘Ik heb bij de Hoogovens gewoond. Toen ik er woonde was er een bollengebied tot Heemskerk. Telkens werd er een stukje van mijn jeugd weggehaald. Ons wielerparcours ging in het terrein op. Daarna ons speelduin.’
Over de bijkomstige milieuvervuiling door De Hoogovens maakt Jan zich niet veel zorgen; ‘Het behoort hier niet tot de gezondste plekken van Nederland. Maar er is veel progressie gemaakt. Dat heeft de Hoogovens ook veel gekost. Een enorm verschil met vroeger. Nu kun je van de grond eten terwijl het altijd bar was.’ Nee Jan vindt dat de Hoogovens vooral veel goeds heeft gebracht; ’We moeten trots zijn. De komst van De Hoogovens heeft ons veel goed gedaan. De Hoogovens boden ons een studietoelage. Mijn vader wilde altijd dat al zijn kinderen daar zouden gaan werken, dit is niet gelukt.’

Werken bij De Hoogovens betekende zekerheid. Verzorgd van de wieg tot het graf. Van die zekerheid werd ook weleens misbruik gemaakt. In de zaal gaat het rijmpje rond; ‘denk aan jezelf, bel 2211’ Zo kon je je ziek melden. Theo zegt tot slot; ‘Bij de Hoogovens was er zekerheid. Zekerheid is erg belangrijk. Vooral voor ouderen die soms ziek worden. Mannen die eerst in de visserij werkten probeerden later naar de Hoogovens te gaan.’

In de zaal zitten veel tevreden oud werknemers die terugkijken op veertig dienstjaren. Ondanks alle mitsen en maren, kijken ze tevreden terug.

De middag wordt afgesloten met jongeren die hun toekomstvisie voor Tatasteel geven.
Hiermee sluiten we ook dit verslag af,

Project “Tata Town”:

ProjectTataTown

Nu zijn de Hoogovens grijs en grauw en stoten ze veel CO2 uit. Wij willen er een natuurvriendelijk dorp van maken. De windmolens moeten van groene energie voorzien. Er komen huizen en boten zullen vrachten lossen. Alle fabrieken komen op 1 booreiland te staan. Ze worden moderner, compacter, slimmer en met meer elektronica. Wat er nu staat wordt een natuurpark, zoals het was. Je kunt er wel wonen, dus het is groener dan normaal. In de oude fabrieken komt een pretpark. Door zde fabrieken te verplaatsen krijgen we meer ruimte. De lucht is schoon. De oud werknemers zullen blij zijn om weer hun tijd in de Duinen te kunnen besteden.

Naast dit eerste toekomstideaal is er ook een oplossing bedacht om de vuile rook uit de schoorstenen op te vangen, door een buis aan de schoorsteen te bevestigen, die naar een dome wordt geleid. Dit is een overdekte tuin met plastic omspannen.
De CO2 gaat door buizen naar deze dome en komt uit onder water of gras. Hier zetten bomen CO2 om in zuurstof. De bomen worden omgehakt als ze te groot zijn. De dome is bestuurbaar met een afstandsbediening. Als de dome open moet, wordt de CO2 eerst in een ballon opgezogen zodat het daarna weer in de dome kan worden omgezet. De omgehakte bomen worden papier. Ook wordt de CO2 belasting minder duur. Om de CO2 naar de dome te krijgen wordt er een dynamo geplaatst tussen 2 pijpen. De hitte en elektriciteit zorgen dan voor het wegpompen.

In de zaal wordt enthousiast op de plannen gereageerd. Iemand weet te vertellen dat er nu al wordt geëxperimenteerd met gelijksoortige ideeën als de dome. Dus dit is heel goed bedacht door de leerlingen van het Vellesancollege!

Dank voor ieders bijdrage en de samenwerking met het Hoogovensmuseum!

Hoogoves vertelmidda11-1-16_page_1

Dit bericht is geplaatst in Evenementen. Bookmark de permalink.